Door Junior Oldenbroek
Van constructiewerk naar loonwerk
Na zijn schooltijd begint Wilko samen met zijn broer in het constructiewerk. Ze hielden zich onder meer bezig met de bouw van paardenstallen. Techniek speelde daarbij al een belangrijke rol, maar na enkele jaren koos hij voor een andere richting en stapte hij in het loonbedrijf van zijn vader. Dat bedrijf was destijds vooral actief in de akkerbouw. Er werden bieten, granen en wortelen verwerkt, zoals zoveel loonbedrijven in Noord-Nederland deden. In de jaren daarna veranderde het werk echter. Steeds vaker kwamen er opdrachten voor berm- en slootonderhoud bij. Het bedrijf ontwikkelde zich mee met de vraag vanuit gemeenten en andere opdrachtgevers, waardoor ook het machinepark veranderde.
Nieuwe machines voor nieuwe werkzaamheden
Juist in het berm- en slootwerk ontstond Wilko's interesse voor machineontwikkeling. Machines werden vaak maar een deel van het jaar gebruikt. Dat vond hij zonde. Waarom zou een maaiarm alleen worden ingezet voor maaikorven of klepelwerk als er meer mogelijk was? Vanuit die gedachte begon hij steeds vaker bestaande machines aan te passen of nieuwe toepassingen te bedenken. Niet vanuit een groot ontwikkelplan, maar simpelweg omdat er behoefte aan was in de praktijk. Zoals hij zelf zegt: "Eigenlijk zijn we altijd wel bezig geweest met nieuwe machines ontwikkelen, nieuwe dingen uitvinden en uitzoeken."
Die praktijkgerichte aanpak leidde onder meer tot looftrekkers, een eco-maaier en later een bermvijzel die aan een maaiarm kan worden gemonteerd. Daarmee kunnen bermen worden geëgaliseerd en gaten worden dichtgewerkt. Het is een manier om bestaande machines breder inzetbaar te maken en meer rendement uit het materieel te halen.
Van loonwerk naar machinebouw
Gaandeweg groeide machineontwikkeling uit tot een belangrijk onderdeel van zijn werkzaamheden. Steeds vaker kwamen er vragen uit de markt. Klanten zochten een aanpassing aan een bestaande machine of liepen tegen een probleem aan waarvoor nog geen standaardoplossing bestond. Wanneer zo'n vraag binnenkomt, begint voor Wilko het interessante deel van het werk. Hij maakt zelf de tekeningen en werkt een idee uit tot een compleet ontwerp. Het snij- en zetwerk wordt extern uitgevoerd, waarna de onderdelen terugkomen in zijn werkplaats. Daar worden ze gelast, opgebouwd, voorzien van hydrauliek en uiteindelijk afgemonteerd. Over het mooiste deel van dit proces hoeft hij niet lang na te denken.
“Het mooiste vind ik eigenlijk om een machine van begin af aan opnieuw te ontwikkelen”. Die uitspraak vat zijn werk misschien wel het beste samen. Niet alleen een idee bedenken, maar het ook daadwerkelijk bouwen en uiteindelijk terugzien in de praktijk.