Door: Junior Oldenbroek
1979: beginnen op eigen benen
Op 19 oktober 1979 zet Dominicus Kuipers de stap naar het ondernemerschap. Op dat moment werkt hij als monteur en sleutelt hij in zijn vrije uren al aan gebruikte landbouwmachines. Wanneer de mogelijkheid ontstaat om melkcontroleur te worden, ziet hij ineens ruimte om een eigen bedrijf op te bouwen. 's Morgens vroeg en 's avonds doet hij melkcontroles, tussendoor probeert hij handel te drijven en machines te repareren.
De start is allesbehalve luxe. Op het erf van zijn ouders in Greonterp staat een oude schuur waar de eerste werkzaamheden plaatsvinden. De landbouwsector staat juist onder druk. Melkquota, mestwetgeving en andere veranderingen zorgen voor onzekerheid. Verschillende mensen adviseren hem om vooral niet voor zichzelf te beginnen. Toch gaat hij door.
Vanuit zijn werk heeft hij al een netwerk opgebouwd onder boeren in Friesland. Dat blijkt goud waard. Veel van de eerste handel ontstaat simpelweg doordat mensen hem kennen en vertrouwen. Leveranciers geven hem de ruimte en boeren gunnen hem het werk. Dat vertrouwen vormt de basis van alles wat daarna komt.
Jaren tachtig: de eerste groei
Al in 1980 neemt hij zijn eerste monteur aan. Een beslissing die achteraf veel zegt over het bedrijf. Verschillende medewerkers uit die beginjaren blijven tientallen jaren in dienst. Sommigen werken er vandaag de dag nog steeds. Voor
Dominicus is dat misschien wel de mooiste bevestiging van wat het bedrijf geworden is.
In 1983 volgt een belangrijke stap met het dealerschap van Landini. Drie jaar later wordt ook Massey Ferguson toegevoegd. Dat laatste merk groeit uiteindelijk uit tot de belangrijkste trekkerlijn van het bedrijf.
De groei wordt al snel zichtbaar op het erf in Greonterp. Rond 1982-1983 wordt naast de oorspronkelijke werkplaats de eerste loods gebouwd. Wat begon in een oude schuur krijgt daarmee letterlijk meer ruimte. De luchtfoto uit die periode laat een bedrijf zien dat nog klein is, maar duidelijk in ontwikkeling.
Wie met Dominicus praat, merkt al snel dat techniek slechts een deel van het verhaal is. Handel zit diep in zijn karakter. Hij denkt voortdurend vooruit. Als hij kansen ziet, durft hij voorraad in te kopen waar anderen nog twijfelen. Dat deed hij met mesttanken, met machines en met verschillende nieuwe ontwikkelingen binnen de landbouwmechanisatie. Soms ging dat tegen de stroom in, maar vaak bleek zijn gevoel juist.
Een sterke combinatie
In de opbouw van het bedrijf speelt ook Emmy een belangrijke rol. Waar Dominicus leeft voor handel, klanten en machines, brengt Emmy structuur, en houdt zich bezig met administratie en organisatie. Volgens mensen binnen het bedrijf vullen zij elkaar al tientallen jaren perfect aan. Dominicus ziet mogelijkheden en maakt afspraken. Emmy zorgt dat alles goed wordt vastgelegd, betaald en georganiseerd. Zelf zegt Dominicus daarover: "Zij maakt waar wat ik beloof."
Die combinatie zorgt ervoor dat het bedrijf kan doorgroeien zonder de controle te verliezen. Tegelijkertijd blijft de sfeer familiair. De bekende soep tussen de middag komt al uit de begintijd en is nooit verdwenen. Eerst maakte zijn moeder de soep, later werd het een taak van Emmy. Nog steeds zit het personeel samen aan tafel.